De decembermaand

04 december 2020

De decembermaand is altijd bijzonder feestelijk en voor een vrijwilliger bij de brandweer is het daarnaast ook een bijzonder drukke maand. Het begint al stiekem wanneer de pepernoten in de schappen liggen, de aankomst van Sinterklaas, alle drukke Sinterklaasmiddagen en -avonden, opgevolgd door de kerstperikelen. Een periode waar men reikhalzend naar uitkijkt. Voor ons als vrijwilligers is de decembermaand dus extra druk, met als klap op de vuurpijl de laatste oefenavond van het jaar op je eigen kazerne.

Vervolgens de eindejaarsbijeenkomst, de intensieve jaarwisseling en alvast de voorbereidingen voor een nieuwjaarsreceptie (uiteraard binnen de huidige maatregelen). Dit jaar vraagt de Covid-19-pandemie om extra aanpassingsvermogen, maar als brandweer ben je daaraan gewend.

In mijn huishouden is Sinterklaas bijzonder belangrijk. Door mijn zoontje zing ik alle liedjes weer opnieuw en opnieuw… en opnieuw. Zijn repertoire bestaat momenteel uitsluitend uit Sinterklaasliederen. Op de gekste momenten betrap ik mezelf erop dat ik ze ook aan het zingen ben. Laatst, net in slaap aan het dommelen en bijna in een andere dimensie, dacht ik aan alle Sintliedjes die die avond ten gehore waren gebracht. PIEP, PIEP, PIEP, PIEP.  De slaapkamer vult zich met de kakofonie van een afgaande pager. Gevolgd door een geschrokken kreet van mijn vriendin. Zacht uitgedrukt is ze niet blij dat de pieper van zich laat horen op dit onfortuinlijke tijdstip.

Gideon Harms in beeld

Gelukkig kan ik geroutineerd de pager doen laten zwijgen, als een speer in mijn kleding schieten en de melding  uitlezen. ‘Gebouwbrand prio1’, enige spoed is dus op zijn plaats. Behendig stap ik over het traphekje, ren naar beneden, pak mijn sleutels en maak haast naar mijn auto. Eenmaal op de kazerne: pak aantrekken (mondkapje mee) en instappen. We zijn snel compleet en rukken uit naar het incident. Als we ter plaatse zijn, zien we dat er wel iets aan de hand is, maar dat de vlammen niet uit het pand slaan. De kalmte herstelt zich en de adrenaline neemt af. Na enige tijd zoeken, komen we op een smeulende brand. Na wat werkzaamheden zijn we brandmeester. Buiten doen we de evaluatie en daarna keren we terug naar de kazerne.

In het holst van de nacht begint de tweede missie van een echte vrijwilliger: ervoor zorgen dat je weer terug in bed komt zonder daarbij het huishouden te storen. Sluipend door mijn eigen huis, baan ik me een weg naar boven. Geconcentreerd zet ik één voor één mijn voeten op de trap.

 ♩ Zachtjes, gaan de brandweer voetjes ♩♬ rustig op de bekleedde trap ♪, hopen dat mijn lief niet wakker wordt ♪♫♩ trippel trappel trippeltrap ♬♫. Zie je nou! Op de gekste momenten komen die liedjes weer in je hoofd.

Boven aan de trap wederom het traphekje overwonnen. Nu nog alleen de overloop en naar de slaapkamerdeur. Nog voordat ik de deur open, zie ik een flauwe lichtbron die ik inmiddels maar al te goed ken. Het is de telefoon van mijn vriendin en op mijn plek in het bed ligt een klein manneke te snurken. Het in alle stilte thuiskomen bleek dus uiteindelijk toch een kansloze missie. Het komt vaker voor dat we ongepland een nachtje door moeten halen. Maar we verrichten dan wel goede zaken. Met aankomend oud en nieuw mag ik – in tegenstelling tot het ‘normale’ werk van een brandweervrijwilliger – gepland een nachtje de held uithangen. Hopelijk kunnen we terugblikken op een relatief rustige afsluiting van het jaar en brengt 2021 ons weer nieuwe verhalen om te delen.