Anouk

‘’Ik verwisselde mijn pen voor een straalpijp’’

12 juni 2019

Ruim twee jaar geleden kwam Anouk Mentink bij Brandweer Haaglanden in dienst als brandweervrouw. Voor die tijd werkte ze als journalist bij het Algemeen Dagblad. Tijdens haar werk kwam ze regelmatig bij de brandweer om nieuws op te halen. Het brandweervak begon zó te kriebelen dat ze het aandurfde om een overstap te maken. Een enorme carrièreswitch: van journalist naar brandweervrouw.

We vroegen Anouk om haar pen weer eens op te pakken en te schrijven over haar ervaringen.

‘’Als mensen lucht krijgen dat je bij de brandweer werkt dan ben je op geen verjaardag meer veilig. De gemiddelde dolfijnentrainer krijgt nog minder aandacht op een feest. Hoeveel katten haal je uit de boom is altijd de eerste vraag. Mijn antwoord is één. Hoe veel branden heb je dan gehad? Een paar. Weinig. Wat doe je dan de hele dag? Helpen van ambulancepersoneel om personen uit hun woning te halen, rijden op automatische meldingen, kelders leegpompen, overhangende takken afzagen, drenkelingen uit het water halen, oefenen en sporten.’’

‘’Hoewel je op verjaardagen niet altijd op die vragen zit te wachten, zeg gewoon dat je dolfijnentrainer bent – gaat het op de brandweerkazerne niet anders. Gooi een kwartje in een willekeurige collega en je hebt de rest van de dienst stof om over te praten. Ze hebben prachtige verhalen en vertellen die vaak en graag. Mooie voorbeelden van grote branden, grappige details over acties die nét goed gingen en verdrietige anekdotes over momenten dat de hulpverlening dichterbij kwam dan verwacht. Als je dan wordt gevraagd een column te schrijven over je eerste twee jaar bij de brandweer, vraag je jezelf af wat je als snotneus eigenlijk te vertellen hebt. Het antwoord is bar weinig, maar voor mij persoonlijk is het leven heel anders dan voorheen. Ik verruilde mijn kantoor voor de brandweerkazerne, verwisselde mijn pen voor een straalpijp en de fiets voor een brandweerauto. Tien uur weg van huis werden er 24 en weekenden vallen nu vooral doordeweeks. Als verslaggever stond ik achter het lint. Nu rol ik als brandweervrouw slangen aan de andere kant. Vroeger schaatste ik op ijs. Tegenwoordig duik ik eronder. Die afwisseling tussen brandweerauto en waterongevallen is het leukste dat er is. Al wacht ik nog steeds op een grote drukke duikklus dan de redding van een telefoon, maar he, het is een begin.’’

Inmiddels heb ik de leefregels van de brandweerkazerne ook wel geleerd. Een is geen (die gaat over eten), een keer is altijd (als het gaat om andermans ongelukken), voor sommigen is meedoen belangrijker dan winnen (ik noem nu geen namen) en dat vroeger alles beter was. Dat laatste gaat voor mij niet op: als kind was ik al verschrikkelijk slecht in voetbal – en dat ben ik nog steeds.